Betrouwbaarheidsniveau (LoA)

eIDAS LoA (laag, substantieel, hoog) toont hoe zeker een vertrouwende partij kan zijn dat een eID bij de gebruiker hoort, conform Verordening 2015/1502.

eIDAS kent drie betrouwbaarheidsniveaus voor elektronische identificatie - laag, substantieel en hoog - vastgelegd in Uitvoeringsverordening 2015/1502, die uitdrukken hoe zeker een vertrouwende partij kan zijn dat een eID hoort bij de persoon die het gebruikt. Formele wederzijdse erkenning onder deze niveaus geldt voor eID-middelen die zijn uitgegeven onder aangemelde eIDAS-schema's voor elektronische identificatie, gebruikt voor toegang tot (grensoverschrijdende) publieke diensten, al wordt hetzelfde begrippenkader laag/substantieel/hoog ook breder gebruikt door private vertrouwende partijen om de gewenste sterkte van identiteitszekerheid te omschrijven. Het niveau wordt bepaald door de zwakste schakel in de hele keten: de identiteitsvaststelling bij uitgifte, de sterkte en bescherming van het middel zelf, het authenticatiemechanisme en de processen van de uitgever.

Diensten kiezen het niveau dat bij hun risico past: middelen met eenvoudige registratie en authenticatie met alleen een wachtwoord zitten doorgaans op laag; tweefactormiddelen op substantieel; en middelen met gecertificeerde hardware en identificatie gelijkwaardig aan fysieke aanwezigheid op hoog. In Nederland biedt DigiD de varianten Basis (laag), Midden, Substantieel en Hoog, en komt bij eHerkenning EH3 overeen met substantieel en EH4 met hoog; de EUDI Wallet en PID-uitgifte zijn bedoeld om onder eIDAS 2 niveau hoog te behalen, al wordt het bijbehorende certificeringsregime nog uitgerold. Onder de Nederlandse Wdo worden per publieke dienst minimumniveaus vastgesteld via onderliggende besluiten en ministeriele regelingen.

Veelgestelde vragen

Terug naar begrippenlijst