Aangemeld stelsel voor elektronische identificatie
Een eID-stelsel dat een lidstaat bij de Commissie aanmeldt: wat artikel 9 vraagt, hoe peer review werkt en waarom buitenlandse overheden het moeten accepteren.
Een stelsel voor elektronische identificatie dat een lidstaat formeel bij de Europese Commissie heeft aangemeld, waarna het op een door de Commissie gepubliceerde lijst komt. Aanmelding is het scharnier van grensoverschrijdende erkenning in eIDAS: zonder aanmelding houdt een nationaal inlogmiddel op bij de grens, met aanmelding moeten andere lidstaten het accepteren.
Wat een lidstaat inlevert, staat in artikel 9: een beschrijving van het stelsel inclusief de betrouwbaarheidsniveaus en de uitgevers van de middelen, het toezichtregime en het aansprakelijkheidsregime voor zowel de uitgever als de partij die de authenticatie uitvoert, de verantwoordelijke autoriteiten, en welke entiteit de registratie van de unieke persoonsidentificatiegegevens beheert. Daarvoor bepaalt artikel 7 welke stelsels uberhaupt in aanmerking komen, en andere lidstaten kijken mee via de peer review die de uitvoeringsregels van de Commissie organiseren.
De verplichting die volgt is concreet. Op grond van artikel 6 moet een overheidsorgaan in een andere lidstaat dat elektronische identificatie op niveau substantieel of hoog vereist, een aangemeld middel van een gelijk of hoger niveau erkennen, uiterlijk twaalf maanden nadat de Commissie de lijst publiceert. Niveau laag mag worden erkend, maar hoeft niet. Daarom kun je met DigiD en eHerkenning bij een buitenlandse overheidsdienst terecht, en daarom wordt ook de EUDI Wallet onder een aangemeld stelsel verstrekt: walletcertificering dekt de wallet en het stelsel waaronder hij wordt uitgegeven.