RSA
RSA is een asymmetrisch cryptografisch algoritme gebaseerd op priemfactorisatie, breed gebruikt voor versleuteling en digitale handtekeningen binnen PKI.
RSA is een asymmetrisch cryptografisch algoritme, een van de eerste praktisch toepasbare public-key-systemen, gepubliceerd in 1977 door Rivest, Shamir en Adleman. Het steunt op de wiskundige moeilijkheid van het ontbinden van grote getallen die het product zijn van twee grote priemgetallen: de publieke sleutel bevat dat product (de modulus) en een exponent, terwijl de private sleutel de priemfactoren bevat, waardoor het onhaalbaar is de private sleutel uit de publieke sleutel af te leiden; het omgekeerde - de publieke sleutel afleiden uit de private sleutel - is juist eenvoudig.
RSA kan zowel versleutelen/ontsleutelen als ondertekenen/verifieren, en vormt daarom de basis van veel PKI: certificaten (X.509) bevatten vaak RSA-publieke sleutels, en de bijbehorende private sleutel - de signature creation data - ondertekent de hash van een document in plaats van het document zelf. In de praktijk wordt RSA zelden gebruikt om grote hoeveelheden data direct te versleutelen: omdat RSA-bewerkingen relatief traag zijn, versleutelt het meestal alleen een symmetrische sleutel die vervolgens de eigenlijke data versleutelt, een techniek die bekend staat als hybride versleuteling; nieuwere protocollen zoals TLS 1.3 hebben RSA-sleuteltransport volledig laten vallen in het voordeel van andere sleuteluitwisselingsmethoden, al worden RSA-certificaten nog steeds breed gebruikt voor authenticatie. Voor gekwalificeerde handtekeningen en zegels moeten RSA-sleutelparen worden gegenereerd via betrouwbare key generation en bewaard op een gecertificeerde QSCD: een QSCD kan zijn gebouwd op een algemene HSM, maar moet gecertificeerd zijn tegen de eisen van bijlage II van eIDAS (Verordening (EU) 910/2014), zodat de private sleutel nooit onbeschermd buiten die hardware bestaat. Tegen welke normen die certificering loopt, hangt af van wie de sleutel houdt: Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/650 noemt ze voor een apparaat dat de ondertekenaar zelf beheert (ISO/IEC 15408 en 18045, plus de EN 419211-beschermingsprofielen), terwijl voor ondertekenen op afstand, waar de aanbieder de sleutel beheert, artikel 1(2) van dat besluit juist een proces met vergelijkbare beveiligingsniveaus eist dat bij de Commissie is aangemeld. Zie QSCD voor die route.