Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

De Nederlandse wet die de AVG uitvoert: nationale keuzes, de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthouder en grenzen aan het gebruik van het BSN.

De Nederlandse wet die de AVG uitvoert. Een verordening werkt rechtstreeks, dus de UAVG herhaalt hem bewust niet: hij vult in wat de AVG aan het nationale recht overlaat en hij trok de oude Wet bescherming persoonsgegevens in. De wet geldt vanaf 25 mei 2018, de dag dat de AVG van toepassing werd.

Wat hij voor Nederland regelt, onder meer:

  • de Autoriteit Persoonsgegevens is de toezichthouder, met de onderzoeks- en boetebevoegdheden die daarbij horen;
  • kinderen mogen vanaf 16 jaar zelf toestemming geven voor diensten van de informatiemaatschappij;
  • de smalle grondslagen waarop bijzondere persoonsgegevens toch verwerkt mogen worden, en de uitzonderingen voor journalistieke, academische en artistieke doelen;
  • artikel 46 gaat over het gebruik van een nationaal identificatienummer zoals het BSN: dat mag worden gebruikt ter uitvoering van de wet die het voorschrijft, of voor doelen die bij wet zijn bepaald.

Dat laatste punt raakt een private aanbieder als eerste. Een QTSP die identiteitsverificatie doet, leest persoonsgegevens uit een identiteitsdocument of een register, maar mag het BSN niet meenemen omdat het handig is: daar moet een wettelijke bepaling voor zijn. In de Wet digitale overheid staan zulke bepalingen voor de publieke inlogmiddelen.

Veelgestelde vragen

Terug naar begrippenlijst